• ‘Een bittere pil’

    15 mei 2018
  • Bij een groothandel in medicijnen werden grote tekorten in de voorraad van een specifiek medicijn ontdekt. In een periode van drie maanden was er voor ongeveer € 150.000 aan tekorten van een hiv-remmer geconstateerd. De beelden van de bewakingscamera’s in het voorraadmagazijn en bij de verpakkingslijnen brachten in eerste instantie geen uitsluitsel. Een dure levensstijl en ‘verkeerde’ vrienden leidden tot crimineel gedrag, waarbij een uitzendkracht de veiligheid totaal uit het oog verloor.

    Cameraobservatie op diverse locaties
    In overleg met de opdrachtgever werden diverse locaties (verpakkingslijnen, opslag- en voorraadruimtes) onder cameraobservatie geplaatst. Deze beelden werden ‘live’ uitgekeken. Inmiddels was uit administratief onderzoek gebleken dat de tekorten op vaste dagen en op vaste werktijden waren ontstaan. Hierdoor werd de lijst met potentiële verdachten kleiner.

    Gedrag uitzendkracht valt op
    Na de eerste week cameraobservatie rees het vermoeden dat een uitzendkracht die sinds vier maanden in dienst was zeer waarschijnlijk betrokken was bij het ontstaan van de tekorten. Uit een achtergrondonderzoek bleek vervolgens dat hij recentelijk een nieuwe auto had gekocht. Tevens had hij een huis gekocht, waarbij hij een grote som cash geld had ingebracht. Daarop werd de uitzendkracht onder observatie geplaatst. Al snel bleek dat hij na afloop van zijn werk regelmatig ontmoetingen had met mensen, waarbij door hem goederen in plastic zakken werden overgedragen en hij van deze mensen daarvoor geld retour kreeg.

  • Uit nader onderzoek bleken zijn ‘vrienden’ deel uit te maken van de georganiseerde criminaliteit.
  • Visiteren na vermoeden van diefstal
    Vervolgens werd besloten dat bij een eerstvolgende situatie waarbij het vermoeden bestond dat de uitzendkracht zou proberen medicijnen mee te nemen uit het bedrijfspand, om hem te visiteren. Dit laatste volgens de richtlijnen van de groothandel. Toen deze situatie zich daadwerkelijk voordeed, bleek de uitzendkracht in een meegesmokkelde handtas 25 doosjes van het genoemde medicijn ter waarde van € 12.500 te hebben verstopt.

    Uit de gesprekken met de uitzendkracht bleek dat hij door zijn ‘vrienden’ als mol was neergezet bij de groothandel om medicijnen die op de zwarte markt veel geld opbrengen te kunnen wegnemen. In het geval van de hiv-remmer betrof het doosjes met een reguliere verkoopprijs van € 500, die op de zwarte markt € 200 per doosje opleverden. De uitzendkracht kreeg voor zijn medewerking € 100 per doosje. Uit nader onderzoek bleken zijn ‘vrienden’ deel uit te maken van de georganiseerde criminaliteit.

    Hoe had dit voorkomen kunnen worden?
    De volgende aangetroffen omstandigheden waren voor verbetering vatbaar:

    • Onvoldoende controle op de voorraad.
    • Geen dagelijkse controle door leidinggevenden op de uitvoering van de werkzaamheden.
    • Geen screening uitgevoerd op uitzendkrachten.
    • Een onvoldoende camerabeveiligingssysteem op de verpakkingslijnen en opslagruimtes voor kostbare medicijnen en medicijnen vallende onder de Opiumwet.

    De groothandel heeft, samen met Signum Interfocus, op alle punten verbeteringen toegepast, waardoor het risico op een nieuw incident is verkleind.